Adresgegevens

(+31) 06-53781356 info@roygrunewald.com

Haarstraat 3
4201 JA Gorinchem (NL)

Category Archives: Blog

DE PRIKKEL EN HET PLOT

De signalen die het brein aan het werk zetten

  • De mededeling (eis, bevel, standpunt, omroep) > we doen, volgen op of niet etc. maar het brein vergeet dit snel

  • Het verslag (verloop van feiten, journaal, proces verbaal, rapportage) > we nemen het aan of niet, maar kunnen die veelheid van gegevens niet allemaal onthouden

  • De vertelling (feiten en gebeurtenissen worden vertaald in verbeelding en emoties) > zet ons aan het denken

Er zijn drie vormen van basis communicatie: de mededeling, het verslag en de vertelling. Mededelingen worden door ons brein kortstondig onthouden en hetzelfde geldt voor verslagen en rapporten. Heeft iemand ooit een volledig rapport onthouden? Nee. Maar vertelling worden wel in het brein vastgelegd. De vertelling is een zodanige opbouw en rangschikking van (beeld)taal, dat er in de hoofden van het publiek een continue prikkeling ontstaat van emoties, zintuigelijke gewaarwordingen, mee willen denken, gepuzzel en daardoor ontstaat een zekere spanning (activeert het brein en raakt het hart).

We zijn dol op verhalen!

Een goed verhaal, daar gaan we voor zitten. Daar nemen we de tijd voor. Waarom?

  • We zijn nieuwsgierig

  • We onthouden verhalen veel beter dan mededelingen en rapporten

  • Een goed verhaal stimuleert het hoofd en raakt het hart

Een orkaan op de Filippijnen, het proces verbaal van een jeugd delinquent, een eindrapport over fraude in de zorg. De kranten staan dagelijks vol van mededelingen en verslagen. We lezen het in de krant, we zien de beelden op het journaal… en zijn het in een fractie van seconden later alweer vergeten. Maar het verhaal van dat eenzame jongetje op de Filippijnen dat iedereen heeft verloren en nu zelf moet overleven, doet ons de portemonnee trekken. Het levensverhaal van de misbruikte en kansarme jonge crimineel roept gevoelens op van empathie. Door het verhaal van de fraude worden er ineens wel Kamervragen gesteld. Verhalen raken ons emotioneel, verhalen zetten aan tot actie. Feiten en rapporten niet.

STORYTELLING

is the most important and powerful instrument to manage and to enrich the experience of the public.

Waaraan herkennen mensen, de toehoorder, kijker, kortom: het publiek een briljant verhaal? Om drie redenen:

  • Het begin is prikkelend genoeg. Er zit een zekere belofte in het begin, dat zodanig nieuwsgierig maakt, dat men het vervolg en de afloop wil weten

  • Het voert het publiek stapsgewijs mee naar het einde met een boodschap of moraal

  • Het zet continu het brein van elke toehoorder aan het werk

Nieuwsgierigheid prikkelen

Denk daarbij niet dat het alleen gaat om bijvoorbeeld dikke romans en lange speelfilms. Het geldt net zo goed voor een kort verhaal, een column, een mop en zelfs het kleinst denkbare verhaal, de six word story. Het prikkelen van de nieuwsgierigheid is van belang om publiek te trekken, een publiek wat aandacht zal hebben voor wat jij te vertellen hebt. Het meest voor de hand liggend is het gebruik van een titel en een eventuele ondertitel. Onderschat dat niet. Tijdens mijn werk als columnist was ik soms meer tijd kwijt aan het bedenken van een goede titel dan aan het verhaal zelf. Titel en onder- of boven titel hebben verschillende functies. Een daarvan (het maakt niet uit welke, dat is afhankelijk van factoren als spelen met taal, keuze wat het meest moet opvallen etc.) is de prikkel, de ander is de toelichting. Als een titel alleen niet voldoende prikkelt, te algemeen is, of de kans bestaat dat je je publiek op het verkeerde been zet, is een onder/boventitel noodzakelijk.

Verhalen die in het dagelijkse leven worden verteld, prikkelen door een goed gekozen openingszin. Soms in de vorm van een mededeling (“wat je net zegt doet me denken aan…” of: “wat ik gisterenavond toch heb meegemaakt…”), soms als een vraag. (“Ken je die mop van die twee…?” of: “Had ik je al verteld over…?”). In beide gevallen trek je de aandacht door de andere persoon erbij te betrekken. Je doet rechtstreeks een belofte dat je iets zult gaan vertellen wat nu nog jouw geheim is maar wat je, zodra de ander jou aandacht geeft, dit met die ander wil delen.

Verhalen in het dagelijks leven hebben geen ‘theatrale setting’. Dat wil zeggen dat ze rechtstreeks van mond tot oor worden gecommuniceerd. Bij de koffie, in de kroeg, tijdens recepties etc. Wat niet betekent dat er geen dramatische middelen worden toegepast zoals stemwisselingen of – imitaties, gebaren, grimassen etc. Ook de omstandigheden bepalen het succes van de prikkel. Als je begint met: “Ken je die mop van die twee domme blondjes?” Dan heeft dat meer succes in een kroeg met kerels dan in de pauze van een lezing over hedendaags feminisme. We weten donders goed dat er momenten zijn dat je beter je mond kunt houden.

In media neemt men om te prikkelen vaak een toevlucht tot een korte samenvatting (boeken), een uitdaging (games) of een krachtige teaser (film).

Een titel als ‘Dokter Zhivago’ zegt eigenlijk niets als je hem niet kent. Een onder- of boventitel alleen is niet voldoende, dus komt er op de omslag van het boek een kort verhaal die de koper moet lokken. Bij games kan men vaak even (gratis) uitproberen. Hier zit de prikkelen in de uitdaging of de opdracht. Heel bekend is het verschijnsel wat in detectives en thrillers wordt toegepast: De film begint met de misdaad, om te voorkomen dat de kijker wegzapt.

Stap voor stap: het plot

Goed, de nieuwsgierigheid is geprikkeld. Er is aandacht, de belofte is gedaan. Het gaat er nu om, om die belofte ten volle waar te maken. Als er niet gelachen wordt om bovenstaande mop, dan is het verhaal mislukt. Dus moet het verhaal nu worden opgebouwd. Die opbouw van elk verhaal gaat volgens een strak stramien, maar met eindeloze variaties daarbinnen en dat maakt het zo interessant. Daarom hebben niet alle verhalen een vaste gelijkenis qua structuur. Toch is er een noodzakelijke basis structuur. Zo moet je bijvoorbeeld nooit aan het begin van je verhaal de clou vertellen. Ook is het voor het publiek handig dat ze weten wanneer het verhaal zich afspeelt en wie er meedoen. Stap voor stap wordt de spanning opgevoerd, waarbij elk volgende spanningsmoment net iets spannender is is dan het voorgaande. Ik kom daar uitgebreid op terug als we Roodkapje bezoeken. Iedere stap moet ook te volgen zijn, er moet een zekere logica in zitten.

Waarom Roodkapje?

Download het volledige pdf bestand

Hoewel er aardig wat theorieën en methoden zijn ontwikkeld om storytelling tot een handzaam instrument te maken, geef ik de voorkeur aan ‘Roodkapje’. Het is gemakkelijk te onthouden en briljant in alle simpelheid.

Binnen storytelling wordt door velen het eeuwenoude verhaal van Roodkapje als het ultieme moederverhaal beschouwd. Een blauwdruk voor storytelling. Bovendien zijn praktisch alle elementen uit ‘Roodkapje’ toepasbaar in vele vormen van uitingen waarin er met een verhaal wordt gecommuniceerd. Romans, films, toneelstukken, choreografieën, maar ook rondleidingen, lessen en colleges, speurtochten, games, evenementen, festivals en zelfs erediensten en begrafenissen.

De oerkracht van het verhaal

Nu is de versie zoals wij die kennen, afgeleid van wat de gebroeders Grimm eind 18e eeuw hadden opgeschreven. Ze hebben de sprookjes niet zelf bedacht, maar noteerden volksverhalen uit de mond van boeren, zangers en rondtrekkende kermisgasten. Want eeuwen daarvoor al ontstonden die verhalen en werden mondeling van generatie op generatie verteld. En dat was niet mals. ‘Van dik hout zaagt men planken’, zouden we zeggen. Die verhalen waren vaak ronduit gruwelijk en hadden bovendien vaak een seksuele lading. Daarmee hadden ze een functie in de sociale gemeenschappen. Het leven in de Middeleeuwen was kort, heftig, wreed en overal loerden gevaren. Seks was geen taboe, want het had alles met voortplanting te maken. Waar het ging om gedrevenheid door lust, waren zaken als incest, verkrachting  en bestialiteit ook niet strafbaar. Seks had niets met erotiek van doen. Dat is pas een ‘uitvinding’ uit de 19e eeuw. Seks was ‘Eros’ in de zin van ‘overleven’. Daar tegenover stond ‘Thanatos’, de dood in al zijn wrede vormen. Van pestepidemieën en natuurrampen tot openbare executies en heksenverbrandingen. En dan de vele oorlogen niet te vergeten. Kortom, men leefde constant tussen hoop en vrees. Het enige wat het leven troost bracht waren de verhalen. De kerk had dat besef al snel en introduceerde het ‘stripverhaal’ in de vorm  van gebrandschilderde ramen, staties en fresco’s. En dan waren er de ‘sermoenen’, de heftige preken waarmee het volk werd bestookt met de dreiging van hel en verdoemenis. Ja, het leven was heftig.

Toen al wist men, dat waarschuwingen in de vorm van mededelingen niet hielpen. Verhalen werden beter onthouden en hoe gruwelijker het verhaal, hoe beter de waarschuwing (de moraal) overkwam van geslacht op geslacht. Tijdens de lange winteravonden, in het spookachtig schijnsel van de vlammen kwamen de echte levensverhalen los. Niet die moralistische preken van de kerk, maar verhalen vol metaforen over het leven zelf: seks, dood, bedrog, verraad, wonderen, geesten en natuurlijk de duivel zelf. De vertellers hebben er ongetwijfeld van genoten als ze zagen hoe de toehoorders reageerden met kreten van afschuw en ongeloof. En hoe krachtiger of theatraler het verhaal werd verteld, hoe meer indruk het maakte, zodat de moraal nooit, maar dan ook nooit meer werd vergeten. En vervolgens weer werd doorverteld. Verhalen hadden een oerkracht in zich die generaties overleefde.

Grimm, zoetsappigheid en de kerk

Verhalen die niet op schrift stonden hadden twee gevolgen: de eerste was dat de kerk er nooit vat op heeft gekregen. Was dat wel het geval geweest waren die boeken ongetwijfeld terecht gekomen op de index van verboden literatuur. Het tweede gevolg was dat de verhalen continu veranderden, al naar gelang de interpretatie van de vertellers. We kennen allemaal het verschijnsel van de roddel die uitgroeit tot een ramp.

De gebroeders Grimm hadden dus te maken met een diversiteit van ‘Roodkapjes’ en andere sprookjesfiguren en voor het boek hebben zij keuzes gemaakt. Hùn keuzes…totdat de kerk er zich mee ging bemoeien. Of liever: de moraal van die tijd. De Romantiek deed zijn intrede. In Duitsland de Biedermeier tijd. En in die Zeitgeist werd de wrede werkelijkheid verdoezeld, weggemoffeld. Zoetsappigheid werd troef. Roodkapje werd in de nieuwe interpretatie niet meer verkracht door de duivel, maar opgegeten door een wolf. Op zich al eng genoeg, maar de seksuele lading was er wel van af. En wat dacht je van deze: in een van de oerverhalen heeft de duivel de moeder van Roodkapje zwanger gemaakt. Het duivelskind wordt geboren, maar de duivel zorgt ervoor dat het hun aan niets ontbreekt. Totdat moeder verliefd raakt op…een jager. De duivel pikt dat niet en straft moeder door eerst haar moeder op te eten terwijl het kind nietsvermoedend van het gevaar onderweg is naar het huisje van oma. Roodkapje, naïef en onoplettend als ze is, ziet oma in bed liggen en doorziet niet dat het de duivel is in de kleren van grootmoeder. We naderen de climax. Nee, in het oorspronkelijke verhaal vraagt Roodkapje niet waarom grootmoeder zulke grote oren, ogen en mond heeft. De duivel zegt dat ze haar jurkje uit moet doen en in het haardvuur moet gooien en bij oma in bed moet kruipen want oma heeft het koud. Dan moet ze haar kousen uitdoen, haar hemdje en tenslotte haar onderbroekje. Het is een striptease van een Lolita die de duivel alleen maar geiler en geiler maakt. Als ze naakt bij het bed staat is ze gelukkig zo verstandig het niet te vertrouwen en ze zegt dat ze hoognodig moet plassen. Buiten gekomen rent ze weg.

In bovenstaand oerverhaal zie je verschillende elementen terugkomen uit het Roodkapje verhaal zoals wij dat nu algemeen kennen. Maar de moeder en de jager hebben een heel andere rol. Moeder is niet onschuldig. De jager redt zijn stiefdochter niet eens. De duivel heeft de intentie zijn eigen kind te verkrachten (incest) en vervolgens op te eten (kannibalisme). Het oer sprookje eindigt in de overwinning van de slimheid van het kind en dus niet door het toeval dat de jager langskomt. Die gebroeders Grimm hadden nog heel wat werk te verrichten voordat alle opgetekende volksverhalen de goedkeuring van de lezers in die tijd konden krijgen. Maar liefst negen versies zijn er door hun geschreven. Niet alleen van Roodkapje, maar ook van figuren die wij nu kennen als Rapunzel, Doornroosje, Sneeuwwitje, Belle en het Beest, Assepoester en vele anderen.

Disney en de vertrutting

Toen ging in de eerste helft van de 20e eeuw het puriteinse Amerika zich hiermee bemoeien. Walt Disney bezat een techniek waarmee hij de mensen kon vermaken: de animatiefilm. Hij erkende dat de verhalen van Grimm (maar ook van La Fontaine en Perrault) ijzersterke story’s zijn. Maar onder druk van het puritanisme (de Zeitgeist van dat moment) moest hij deze verhalen wel ontdoen van zaken als seks, erotiek, geweld en zelfs moraal. Het werd entertainment, geschikt voor jong en oud. De dwergen in ‘Sneeuwwitje’ zijn olijk dansende en zingende gabbers in plaats van levensbedreigende gestoorden. Het wrede sprookje werd een gezellige musical en de heks zorgde voor het conflict. Na het zien van de film gingen we gezellig pannenkoeken eten en vergaten de oorspronkelijke moraal. Het oerverhaal was zo overgoten door een suiker laag, dat we met een gerust hart konden slapen. We kunnen gerust stellen dat de Disneysering van de oerverhalen heeft geleid tot slappe koffie, vertrutting zo je wilt.

Maar ach, we vinden het leuk omdat het zo knap gedaan is, de kids vinden het leuk omdat er gezonde spanning is en het allemaal goed afloopt. We zijn overdonderd door de techniek van animatiefilms, en vandaag de dag HD en 3D kwaliteit. Toch kan ik stellen dat de kern van de boodschap, de moraal, ons niet echt emotioneel raakt. We gaan pannenkoeken eten in plaats van wegdromen en nadenken. We krijgen er niet eens nachtmerries van en gaan over tot de orde van de dag. Gek eindelijk, want de films worden wel verteld volgens de technische regels van de kunst.

Grunewald