Adresgegevens

(+31) 06-53781356 info@roygrunewald.com

Haarstraat 3
4201 JA Gorinchem (NL)

Waarom Roodkapje?

Waarom Roodkapje?

Download het volledige pdf bestand

Hoewel er aardig wat theorieën en methoden zijn ontwikkeld om storytelling tot een handzaam instrument te maken, geef ik de voorkeur aan ‘Roodkapje’. Het is gemakkelijk te onthouden en briljant in alle simpelheid.

Binnen storytelling wordt door velen het eeuwenoude verhaal van Roodkapje als het ultieme moederverhaal beschouwd. Een blauwdruk voor storytelling. Bovendien zijn praktisch alle elementen uit ‘Roodkapje’ toepasbaar in vele vormen van uitingen waarin er met een verhaal wordt gecommuniceerd. Romans, films, toneelstukken, choreografieën, maar ook rondleidingen, lessen en colleges, speurtochten, games, evenementen, festivals en zelfs erediensten en begrafenissen.

De oerkracht van het verhaal

Nu is de versie zoals wij die kennen, afgeleid van wat de gebroeders Grimm eind 18e eeuw hadden opgeschreven. Ze hebben de sprookjes niet zelf bedacht, maar noteerden volksverhalen uit de mond van boeren, zangers en rondtrekkende kermisgasten. Want eeuwen daarvoor al ontstonden die verhalen en werden mondeling van generatie op generatie verteld. En dat was niet mals. ‘Van dik hout zaagt men planken’, zouden we zeggen. Die verhalen waren vaak ronduit gruwelijk en hadden bovendien vaak een seksuele lading. Daarmee hadden ze een functie in de sociale gemeenschappen. Het leven in de Middeleeuwen was kort, heftig, wreed en overal loerden gevaren. Seks was geen taboe, want het had alles met voortplanting te maken. Waar het ging om gedrevenheid door lust, waren zaken als incest, verkrachting  en bestialiteit ook niet strafbaar. Seks had niets met erotiek van doen. Dat is pas een ‘uitvinding’ uit de 19e eeuw. Seks was ‘Eros’ in de zin van ‘overleven’. Daar tegenover stond ‘Thanatos’, de dood in al zijn wrede vormen. Van pestepidemieën en natuurrampen tot openbare executies en heksenverbrandingen. En dan de vele oorlogen niet te vergeten. Kortom, men leefde constant tussen hoop en vrees. Het enige wat het leven troost bracht waren de verhalen. De kerk had dat besef al snel en introduceerde het ‘stripverhaal’ in de vorm  van gebrandschilderde ramen, staties en fresco’s. En dan waren er de ‘sermoenen’, de heftige preken waarmee het volk werd bestookt met de dreiging van hel en verdoemenis. Ja, het leven was heftig.

Toen al wist men, dat waarschuwingen in de vorm van mededelingen niet hielpen. Verhalen werden beter onthouden en hoe gruwelijker het verhaal, hoe beter de waarschuwing (de moraal) overkwam van geslacht op geslacht. Tijdens de lange winteravonden, in het spookachtig schijnsel van de vlammen kwamen de echte levensverhalen los. Niet die moralistische preken van de kerk, maar verhalen vol metaforen over het leven zelf: seks, dood, bedrog, verraad, wonderen, geesten en natuurlijk de duivel zelf. De vertellers hebben er ongetwijfeld van genoten als ze zagen hoe de toehoorders reageerden met kreten van afschuw en ongeloof. En hoe krachtiger of theatraler het verhaal werd verteld, hoe meer indruk het maakte, zodat de moraal nooit, maar dan ook nooit meer werd vergeten. En vervolgens weer werd doorverteld. Verhalen hadden een oerkracht in zich die generaties overleefde.

Grimm, zoetsappigheid en de kerk

Verhalen die niet op schrift stonden hadden twee gevolgen: de eerste was dat de kerk er nooit vat op heeft gekregen. Was dat wel het geval geweest waren die boeken ongetwijfeld terecht gekomen op de index van verboden literatuur. Het tweede gevolg was dat de verhalen continu veranderden, al naar gelang de interpretatie van de vertellers. We kennen allemaal het verschijnsel van de roddel die uitgroeit tot een ramp.

De gebroeders Grimm hadden dus te maken met een diversiteit van ‘Roodkapjes’ en andere sprookjesfiguren en voor het boek hebben zij keuzes gemaakt. Hùn keuzes…totdat de kerk er zich mee ging bemoeien. Of liever: de moraal van die tijd. De Romantiek deed zijn intrede. In Duitsland de Biedermeier tijd. En in die Zeitgeist werd de wrede werkelijkheid verdoezeld, weggemoffeld. Zoetsappigheid werd troef. Roodkapje werd in de nieuwe interpretatie niet meer verkracht door de duivel, maar opgegeten door een wolf. Op zich al eng genoeg, maar de seksuele lading was er wel van af. En wat dacht je van deze: in een van de oerverhalen heeft de duivel de moeder van Roodkapje zwanger gemaakt. Het duivelskind wordt geboren, maar de duivel zorgt ervoor dat het hun aan niets ontbreekt. Totdat moeder verliefd raakt op…een jager. De duivel pikt dat niet en straft moeder door eerst haar moeder op te eten terwijl het kind nietsvermoedend van het gevaar onderweg is naar het huisje van oma. Roodkapje, naïef en onoplettend als ze is, ziet oma in bed liggen en doorziet niet dat het de duivel is in de kleren van grootmoeder. We naderen de climax. Nee, in het oorspronkelijke verhaal vraagt Roodkapje niet waarom grootmoeder zulke grote oren, ogen en mond heeft. De duivel zegt dat ze haar jurkje uit moet doen en in het haardvuur moet gooien en bij oma in bed moet kruipen want oma heeft het koud. Dan moet ze haar kousen uitdoen, haar hemdje en tenslotte haar onderbroekje. Het is een striptease van een Lolita die de duivel alleen maar geiler en geiler maakt. Als ze naakt bij het bed staat is ze gelukkig zo verstandig het niet te vertrouwen en ze zegt dat ze hoognodig moet plassen. Buiten gekomen rent ze weg.

In bovenstaand oerverhaal zie je verschillende elementen terugkomen uit het Roodkapje verhaal zoals wij dat nu algemeen kennen. Maar de moeder en de jager hebben een heel andere rol. Moeder is niet onschuldig. De jager redt zijn stiefdochter niet eens. De duivel heeft de intentie zijn eigen kind te verkrachten (incest) en vervolgens op te eten (kannibalisme). Het oer sprookje eindigt in de overwinning van de slimheid van het kind en dus niet door het toeval dat de jager langskomt. Die gebroeders Grimm hadden nog heel wat werk te verrichten voordat alle opgetekende volksverhalen de goedkeuring van de lezers in die tijd konden krijgen. Maar liefst negen versies zijn er door hun geschreven. Niet alleen van Roodkapje, maar ook van figuren die wij nu kennen als Rapunzel, Doornroosje, Sneeuwwitje, Belle en het Beest, Assepoester en vele anderen.

Disney en de vertrutting

Toen ging in de eerste helft van de 20e eeuw het puriteinse Amerika zich hiermee bemoeien. Walt Disney bezat een techniek waarmee hij de mensen kon vermaken: de animatiefilm. Hij erkende dat de verhalen van Grimm (maar ook van La Fontaine en Perrault) ijzersterke story’s zijn. Maar onder druk van het puritanisme (de Zeitgeist van dat moment) moest hij deze verhalen wel ontdoen van zaken als seks, erotiek, geweld en zelfs moraal. Het werd entertainment, geschikt voor jong en oud. De dwergen in ‘Sneeuwwitje’ zijn olijk dansende en zingende gabbers in plaats van levensbedreigende gestoorden. Het wrede sprookje werd een gezellige musical en de heks zorgde voor het conflict. Na het zien van de film gingen we gezellig pannenkoeken eten en vergaten de oorspronkelijke moraal. Het oerverhaal was zo overgoten door een suiker laag, dat we met een gerust hart konden slapen. We kunnen gerust stellen dat de Disneysering van de oerverhalen heeft geleid tot slappe koffie, vertrutting zo je wilt.

Maar ach, we vinden het leuk omdat het zo knap gedaan is, de kids vinden het leuk omdat er gezonde spanning is en het allemaal goed afloopt. We zijn overdonderd door de techniek van animatiefilms, en vandaag de dag HD en 3D kwaliteit. Toch kan ik stellen dat de kern van de boodschap, de moraal, ons niet echt emotioneel raakt. We gaan pannenkoeken eten in plaats van wegdromen en nadenken. We krijgen er niet eens nachtmerries van en gaan over tot de orde van de dag. Gek eindelijk, want de films worden wel verteld volgens de technische regels van de kunst.